De juiste verhouding koper – zink – ijzer bij paarden
Share
Niet alleen de hoeveelheid mineralen is belangrijk, maar ook vooral de onderlinge verhouding. Dit geldt met name voor koper, zink en ijzer, omdat deze mineralen elkaar beïnvloeden in de opname. Een verkeerde balans kan leiden tot tekorten, zelfs als er op papier genoeg wordt gevoerd.
Waarom is de verhouding zo belangrijk?
Koper, zink en ijzer maken gebruik van dezelfde opnamemechanismen in de darm. Een overschot aan ijzer – wat veel voorkomt in ruwvoer en drinkwater – kan de opname van koper en zink sterk remmen. Hierdoor ontstaan klachten zoals:
- slechte hoefkwaliteit
- doffe vacht of verkleuring
- verminderde weerstand
- trage spieropbouw
Richtlijnen voor de juiste verhouding
In de praktijk wordt voor volwassen paarden vaak uitgegaan van de volgende streefverhouding:
Koper : Zink : IJzer = 1 : 3–4 : maximaal 10
Dit betekent bijvoorbeeld:
- 25 mg koper
- 75–100 mg zink
- maximaal 250 mg ijzer
⚠️ In veel ruwvoerrantsoenen ligt het ijzergehalte aanzienlijk hoger dan gewenst, waardoor extra aandacht voor koper en zink noodzakelijk is.
Wat gaat er vaak mis?
👉🏼Balancers met te weinig koper
👉🏼Onnodige ijzertoevoeging in krachtvoer of supplementen
👉🏼Geen rekening houden met ijzerrijk ruwvoer of water
Veel standaard voeders zijn afgestemd op paarden die krachtvoer krijgen, niet op paarden die voornamelijk ruwvoer eten.